Wat zijn houtaantastende insecten?

Houtaantastende insecten zijn insecten die in hout leven. Houtaantastende insecten in uw gebouw of huis kunnen behoorlijke schade aanrichten. Er zijn twee verschillende soorten houtaantastende insecten, namelijk de drooghoutboorders en nathoutboorders. Er zijn nog vier andere organismen die houtwerken aan kunnen tasten. Dit zijn: Schimmels, Weekdieren (bijvoorbeeld de paalworm), Kreeftachtigen (bijvoorbeeld gribbel) en Bacteriën.

Sommige insecten leggen hun eitjes in hout en voeden zich hiermee. Het is belangrijk om de eerste tekenen van deze insecten te herkennen, zo voorkomt u een grote plaag.

Drooghoutboorders

Drooghoutboorders veroorzaken op vele manieren overlast. Ze brengen schade toe met verregaande gevolgen. Voorbeelden van de drooghoutboorders zijn de gewone Houtwormkever, Huisboktor, Spinthoutkever, Bonte knaagkever, Heipaalkever en de Zachte houtwormkever. Al deze soorten komen voor in drooghout. De definitie drooghout zegt het al. Ze zitten in het droge hout wat wij mensen gebruiken voor onze constructies.

Hierbij kunt u denken aan woningen, molens, boten, kerken en alle andere objecten waarbij wordt gebouwd met een houtsoort. Ook is het mogelijk dat ze in het skelet van meubels of andere objecten leven, ook hier kunnen ze aanzienlijke schade aanbrengen.

Nathoutboorders

Nathoutboorders, het woord zegt het al. Nathoutboorders zijn houtaantastende insecten die niet onze constructies beschadigen. Deze insecten leven in zieke levende bomen of pas gevelde bomen. De functie van de nathoutboorders is dan ook het afbreken van ziek of beschimmeld hout.

Voorbeelden van nathoutboorders zijn de Kleine wespenboktor, Heldenbok, Grote populieren boktor, Veranderlijke boktor, Gevlekte boktor, Ambrosiakevers, Bastkevers, Essenbastkever, Gewone houtwesp en Reuzenhoutwesp. Nathoutboorders planten zich niet voort in drooghout en zullen in constructies van objecten dus niet (snel) een probleem zijn.

Twan Verbeek geeft uitleg over de verschillende soorten hout-aantastende insecten

Dit is een fragment uit de webinar.

 

Twan, kun je me wat vertellen over welke soorten zijn er nou? Want een hele hoop mensen denken aan houtworm, maar er zijn nog meerdere soorten.

Klopt, we hebben zes soorten in Nederland, hier zie je de eerste twee, dat zijn de houtworm en de huisboktor.

De houtworm is eigenlijk het meest voorkomende hout-insect binnen gebouwen in Nederland, maar ook binnen andere houtobjecten. Die komt eigenlijk in naaldhout en loofhout voor en daar worden de eitjes afgezet door het vrouwelijk exemplaar. Wat dan eigenlijk gebeurt is dat de larven van zo’n beestje, die gaan schade aanrichten aan het hout, waardoor je verzwakkingen krijgt en die schade die ze feitelijk aanrichten zijn boorgangen door het hout. Doordat ze die boorgangen maken verzwakt het hout, met uiteindelijk bouwkundige schade.

Je hebt dus hier houtworm en huisboktor, en dat zijn echt de meest voorkomende?

De houtworm is de meest voorkomende en daarna de huisboktor. De huisboktor die geeft de meeste schade, die zorgt eigenlijk voor het grootste schadebeeld dat we hebben. Die kan binnen enkele jaren een dwarsbalk zoals je onder ziet, met de boorgang erin kan gewoon een balk dwars afvreten. Waar je met een voorhamer maar op de balk hoeft te slaan en je slaat hem eigenlijk gewoon af. Dus de schade is enorm.

En vaak niet aan het oppervlak, dus een soort stil probleem?

Wat eigenlijk heel vaak voorkomt, daar komen straks ook nog op bij de levenscyclus, zo’n beestjes zie je eigenlijk pas in de laatste fase van de levenscyclus. Er zijn vier stadia, dus op het moment dat je schade ziet, en je ziet uitvliegopeningen, dus de gaatjes in het hout, of je ziet de boormeel tranen zoals op het eerste plaatje, dan ben je eigenlijk al te laat. Dat betekent eigenlijk dat de hele cyclus van het beestje er al op zit.

Wat is boormeel precies? Is dat zaagsel?

Boormeel is eigenlijk een combinatie van uitwerpselen van de kever, of van houtwormkever of van een boktor of ander insect, in combinatie met echt zaagsel, met snippers van hout. Dus eigenlijk zijn het uitwerpselen.

Dit zijn echt de volwassen exemplaren?

Klopt, dit zijn echt de volwassen exemplaren. De eitjes, larven en de pop, de andere drie stadia, die kun je eigenlijk niet met het oog visueel waarnemen.

Dan hebben we ook nog wat andere soorten hier.

Dit zijn iets minder voorkomende insecten.

Dit is de spinthoutkever, Lyctus genoemd, die zit veel in loofhout.

En het kenmerk eigenlijk van de spinthoutkever ten opzichte van de gewone houtwormkever, de gaatjes die komen in principe overheen, alleen het boormeel is veel fijner. Het lijkt eigenlijk op een soort van stof. Dus vaak kunnen wij zien aan het boormeel, het verschil tussen de spinthoutkever en de gewone houtwormkever.

En we hebben ook nog de bonte knaagkever?

Klopt, dat is een iets minder voorkomend beestje. De bonte knaagkever, die komt eigenlijk altijd alleen maar op plekken voor waar een vochtprobleem heeft gezeten. Dat betekent dat met vochtproblemen ontstaan er schimmels en andere aantasting zoals bruinrot. En de larven van de bonte knaagkever renderen het beste in vochtig hout waar ook schimmels in zitten. Dus die kom je heel vaak tegen op plekken waar een lekkage is geweest, of waar gewoon al langdurig een vochtprobleem heeft gezeten.

Dan hebben we er hier nog twee

Ja, dit zijn de twee minst voorkomende beestjes. Ik moet heel eerlijk zeggen: ‘Ik heb de heipaalkever pas één keer in mijn leven gezien’. Daar was een bekistingsprobleem, lag oude bekisting nog in de kruipruimte. Daar hebben wij toen een gat gemaakt zodat we in de kruipruimte konden gaan kijken en toen kwamen we dat bekistingsmateriaal tegen, en daar zat de heipaalkever in. En de zachte houtwormkever die heb ik zelf eigenlijk ook nog nooit gezien, ik weet dat ze er in Nederland zijn. Alleen dat is op een dermate kleine schaal dat we het daar niet heel uitgebreid over gaan hebben.

houtwormkever bestrijden

Twan Verbeek geeft uitleg over de levenscyclus van hout-aantastende insecten

Dit is een fragment uit de webinar.

Dan gaan we nu verder naar de levenscyclus, je gaf al aan, eigenlijk kun je alleen de volwassen exemplaren zien. Ik denk dat het even handig is als je uitlegt hoe dat proces in gang gaat met een volwassen exemplaar.

Wat je eigenlijk ziet is dat alle hout-aantastende insecten in Nederland, die hebben een volledige gedaantewisseling. Dat betekent dat er vier levensstadia zijn.

Het volwassen exemplaar, het vrouwtje die staat in de naden en kieren van het hout de eitjes af. Op het moment dat die eitjes in het hout zitten zijn die niet visueel waarneembaar.

Uiteindelijk na een paar weken zullen dat larven worden en de larven die richten de schade aan. Dat betekent dat de larve in het hout verticaal boorgangen gaat maken.

Die gaat ook van het hout eten, dus die gaat groeien.

Op het moment dat hij bijna uitgeroeid is dan krijg je de pop. En op moment dat je de pop hebt, die gaat in een paar weken tijd zich verpoppen, het zegt het eigenlijk al, naar alweer een volwassen exemplaar.

Een volwassen exemplaren eet zich naar buiten.

Dus op moment dat jij een uitvliegopening ziet, dat betekent eigenlijk dat er een volwassen exemplaar naar buiten is gekomen. Dat betekent eigenlijk dat de volledige cyclus al is geweest.

Dat kan jaren duren afhankelijk van de soort?

Het is niet alleen afhankelijk van de soort, maar het is ook afhankelijk van de omstandigheden. Hoe vochtig is het hout? Zit er afwerking voor? Zit er isolatie voor het hout? Wat voor houtsoort is het? Er zijn heel veel omstandigheden waar het vanaf hangt.

Wat je ook ziet in het tabelletje hieronder is een minimale duur en de maximale duur.

Soort: Minimale duur: Maximale duur:
Houtworm 2 jaar 5 jaar
Huisboktor 3 jaar 7 jaar
Spinthoutkever 1 jaar 2 jaar
Bonte knaagkever 3 jaar 5 jaar

 

Maar dat wil nog niet helemaal alles zeggen. Want we hebben ook verhalen van een huisboktor die er 11 jaren over heeft gedaan om zijn volledige gedaantewisseling te hebben uitgevoerd. Dus het is altijd een beetje afhankelijk van de omstandigheden van het beestje en het hout.

Wat we net al zeiden: eigenlijk alleen het volwassen exemplaar is buiten het hout en de rest bevindt zich in het hout. En is dus eigenlijk niet waarneembaar, dus dat maakt het lastig.

Ik zeg eigenlijk altijd: ‘op het moment dat wij komen in een overlastsituatie, dan zijn we altijd een paar jaar te laat.’ Dat heeft eigenlijk te maken met dat je het eitje, de larve en de pop, die zijn gewoon niet visueel waarneembaar.  Dus het is gewoon, op moment dat je een uitvliegopening ziet, en bijvoorbeeld eventueel boormeel hoopjes, dan pas geworden mensen bewust van een probleem en dan pas komen wij op locatie.